TWIZA PODCAST II, SAID BOUDDOUFT SPREEKT OVER ‘DE SLAG VAN ISLY (1844) EN DE GEVOLGEN HIERVAN OP MAROKKO (BUITENLANDSE INVOEDEN)’.

03 jan 2021

In onze tweede aflevering spreekt Said Bouddouft over de slag van Isly (1844) en de gevolgen hiervan voor Marokko. Hij vertelt over de toenemende invloed van Europese kolonisatoren op het land en de afnemende macht van de sultans. Deze afnemende macht was een direct gevolg van het ondertekenen van de verschillende eenzijdige (handels) verdragen door de sultans vanwege het verlies van twee oorlogen. Na de slag van Isly (1844) verloor de sultan in 1860 opnieuw een koloniale oorlog in Tetuan (de slag van Oued Ras).

In juni 1844 werd Oujda bezet door de Fransen. Enkele maanden daarna in augustus werden 30000 man van Mohamed, de zoon van sultan Abderrahman II verslagen door 11000 Fransen bij de rivier Isly in de omgeving van Oujda bij de Algerijnse grens. Ook bombardeerden de Fransen de steden Tanger en Mogador. De sultan werd angstig en zocht steun bij de Engelsen. Ze hielpen hem en hij ondertekende het verdrag van Tanger. Met het ondertekenen van dit verdrag erkende de sultan dat Algerije tot het Franse rijk behoorde. De Fransen eisten een officiële grens tussen Marokko en Algerije. Dit werd bevestigd door het ondertekenen van een nieuw verdrag in 1845. Dit staat bekend als het verdrag van Lalla Maghnia nabij Oujda. Na het ondertekenen van dit verdrag, kwam de stad Oujda in 1845 weer in handen van de sultan.

De Spanjaarden kwamen in conflict met de Riffijnse stammen rondom de steden Cueta en Melilla in het huidige Marokko. Al in 1859 waren er diverse conflicten rondom Melilla. Men voorkwam door tussenkomst van de Engelsen ternauwernood een oorlog tussen de oosterse Riffijnse stammen en de Spanjaarden in Melilla. In die tijd was sultan Mohamed IV (1859- 1873) aan de macht. Op 26 april 1860 ondertekenden sultan Mohamed IV (1859- 1873) en Spanje een vredesverdrag naar aanleiding van de verloren oorlog in Tetuan. Door deze oorlog ging de makhzan min of meer failliet en het conflict legde alle tekortkomingen bloot van het land. Spanje kreeg haar handelsverdrag en zodoende kon ze haar overheersing in Marokko vastleggen.

De bescherming van kolonisten en zakenlui begon al onder sultan Mohamed III (1757- 1790). Vanaf die tijd ontstonden al diverse samenwerkingen tussen kolonisten en lokale Marokkanen op verschillende niveaus. Deze Marokkanen werden later de ‘ahl al basbur’ genoemd. Ze kregen een koloniaal paspoort tijdens hun vaak (korte) verblijf in Frans Algerije, Spanje of Italië. Dit waren belangrijke notabelen en zakenlui en deze zouden een cruciale rol gaan spelen voor de kolonisten in Marokko. Daarnaast had je een groep die de ‘mihmis’ (de beschermden) werd genoemd. Deze groep Marokkanen werkte voor buitenlandse consuls en zakenlui. Hieronder vielen onder andere vertalers, koks, bodyguards en zelfs spionnen. Zij werden de zogenaamde makelaars of ‘tussenpersonen’ genoemd en in het Marokkaanse darija staan zij bekend als de ‘simsars’. Tot slot had je de groep van de ‘mukhalets’ die uit allerlei soorten mensen bestond die een contract hadden afgesloten met of partner waren van de Europeanen die grootgrondbezitters waren. Op deze manier werden deze Europeanen beschermd tegen belastingen, lokale wetgeving en de dienstplicht. De Imazighen die vaak rondom bergen woonden of in de bergen weigerden zoals vaker belastingen te betalen en ook om hun manschappen beschikbaar te stellen voor de ‘dienstplicht’. Met dienstplicht wordt in deze context een jihad voeren tegen andere Amazigh stammen of eventuele buitenlandse indringers bedoeld.

De sultans werden meerdere malen door Europeanen gedwongen om de ‘piraterij’ in de kuststeden aan te pakken. De bewoners van het huidige Marokko zagen zichzelf als kustwachters ofwel ‘el moejahidien’. Sultan Mohamed reageerde hierop door militaire delegaties te sturen naar Baqoya in 1864 (omgeving Alhoceima), de confederatie van Guelaya in 1871 (omgeving Nador) en naar de jebala stammen. De stammen in het huidige Marokko functioneerden eeuwenlang onafhankelijk. Deze delegaties waren bedoeld om de stammen angst in te jagen en te straffen.

Hierna werd Hassan I (1873- 1894) sultan. Hij had meerdere broers zoals zijn broer moulay al-Amin die een nieuwe militaire expeditie uitvoerde tegen de Guelaya in het huidige Nador in 1880. In datzelfde jaar werd het vernederende verdrag van Madrid ondertekend waardoor Europese kolonisten steeds meer rechten kregen in Marokko. Zo mochten ze vanaf nu ook grond bezitten.

In 1894 begon de oorlog tussen Melilla en de omringende Guelaya stammen. Tijdens deze heftige oorlog vanwege de schending van de heilige tombe Sidi Ouariach in het Mazuja gebied, een van de substammen van de Guelaya.

Tijdlijn

1844: veldslag Isly en verdrag van Tanger

1845: verdrag van Maghnia

1859: Spaanse inval Tetouan

1860: verdrag van Ouad Ras, o.a. schadeloosstelling van 100 miljoen peseta’s en veiligheidszones rondom Ceuta en Melilla
1880: verdrag van Madrid

1893: als gevolg van de bouw van de veiligheidszone rondom Melilla is veldslag Sidi Ouariach uitgevoerd door Iqarïyen, hierbij ondersteund door omliggende Kert stammen.


Sultans van Marokko in de periode Isly-Madrid

Abderrahman:1822-1859

Mohamed (ben Abderrahman) IV: 1859-1873

Hassan (ben Mohamed ben Aberrahman) I: 1873-1894


Bronnen

Arabische boeken

Moustapha Bouchara, Al’istaytaan wa L7imaya (vestiging en bescherming) belmagrib 1863-1894, deel 1 en 2


Mohamed Ahmed ben Äboud, Markaz alajanib (het centrum voor buitenlanders) filmaghrib, Fes 1983


Mohamed Mannouni, Madahir alyaqadat almaghrib alhadith (Verschijnselen van waakzaamheid, Moderne Marokko), 2de druk, Casablanca, 1985


Abdelwahab Ibn Nassiri, Mouchkilat al7imaayat alqounsoliyat belmaghrin, min nach’atiha il mou’etamar madrid sanat 1880, (probleem van consulaatsbescherming in Marokko, vanaf zijn ontstaan tot het congres van Madrid in het jaar 1880)


Abdenbi Dakir, Almaghrib wal Gharb, nadhariaat motaqaati’ät (Marokko en het westen, gekruiste visies/blikken), Beiroet, 2018


Franse boeken

Conférences de Madrid, 19 mai-3 juillet 1880, droit de protection, etc., au Maroc

Conférence intergouvernementale (1880; Madrid)

Imprenta Nacional, Madrid, 1880


Henry Marchat, Les origines diplomatiques du "Maroc espagnol" (1880-1912)

Revue des mondes musulmans et de la Méditerranée, 1970, nr. 7 pp. 101-170



 De Riffijnse humor van Taoufik uit Spanje: ‘DE KIPPENBOEF’

Een hongerige man wist geen raad met zijn enorme trek. Wat moest hij in godsnaam doen? Hij besloot uit wanhoop een kip te stelen. Zogezegd, zo gedaan dus. De lokale agenten (rmakhzan) zagen hem en zaten hem al gauw op zijn hielen. Wat moest hij nu dan weer gaan doen? Hij kwam toevallig bij een rivier en in paniek begon hij de veren te plukken van de nog levende kip. Net voordat de agenten pal voor hem stonden wierp hij de vederloze levende kip in het water.
Een van de agenten riep: ‘Je hebt een kip gestolen!’ ‘Welnee!’ riep de man.
Opnieuw schreeuwde de agent tegen de kippenboef: ‘Je hebt wel degelijk een kip gestolen! Vertel de waarheid!’
‘Nee hoor, het kippetje vroeg of ik haar kleren wilde vasthouden, zodat ze even kan gaan zwemmen.’


DE PODCAST IS TE BELUISTEREN VIA:
- Soundcloud
- Spotify
- ITunes
- Google Podcasts